Where to Go(a)?
Developing India
Namaste,
Het is weer tijd voor een update! In mijn vorige verhalen had ik het al kort over het 'back to basics' en 'Indian habits' gevoel, toch blijf ik me verbazen over hoe het er in 'Developing India' aan toe gaat. Soms denk je dat het niet nog een stapje erger kan zijn, maar keer op keer lijkt het alsof je in een tijdmachine gestapt bent en zo'n 30 jaar terug in de tijd bent gegaan. Dan zou je denken dat alle gebouwen, huizen en hutjes lelijk zijn, dat alle winkels een klein assortiment hebben, maar niets is minder waar. Ze zijn overal aan het bouwen, aan de weg aan het werken en gebouwen e.d. aan het opknappen, alleen valt het gewoon niet op. De kleine dorpjes zijn net boerderijen, waarbij de koeien, geiten, honden, kippen, katten en varkens rondlopen. In de grotere steden is het een mengelmoes van krakkemikkige en modernere gebouwen en overal zie je naast een prachtig stuk landschap afvalhopen. Men weet hier niet dat ze hun eigen 'Developing Area' aan het verpesten zijn. En ook al lopen veel Indiers op blote voeten, leeft een groot deel van de bevolking in armoede en wordt het verschil tussen rijk en arm steeds groter, de meeste mensen beschikken hier wel over een mobiele telefoon. Kortom, het is een omgeving waarin je continu blootgesteld wordt aan uitersten.
Nadat we vorige week in Wayanad District in de provincie Kerala waren aangekomen, was het op woensdag tijd voor een eerste echte trekkingsdag. We werden met een jeep bij het hotel opgehaald, wat geen overbodige luxe was. De wegen waren namelijk overal hobbelig en vaak niet geasfalteerd. We gingen op weg naar Edakkal Cave, maar voordat we aan de tocht naar de grot konden beginnen moesten we eerst nog even een sticker op ons waterflesje laten plakken, zodat we geen onnodig afval zouden achterlaten. Toen we na een korte wandeling boven bij de grot aankwamen, konden we genieten van het uitzicht over Wayanad District. Binnen bij Edakkal Cave, dat staat voor 'Rock between rocks', zijn de stenen voorzien van rotstekeningen, oftewel petroglieven die zo'n 3000 jaar oud zijn. Hierna bezochten we de Soochipara Waterfalls, waarvoor we eerst een hele tocht, 1,5 km, moesten afwerken om uiteindelijk beneden bij de waterval aan te komen. Met de touwen, bamboeleuningen en de gids die voorop liep kwamen we veilig beneden aan. Ook al was het niet heel warm en redelijk bewolkt, het uitstekende weer voor een trekking als deze, kwamen we verhit bij de waterval aan. We gingen dan ook in op het voorstel om nog verder af te dalen, dit was een complete douche die even heerlijke verkoeling bood. Daarna konden we weer beginnen aan de tocht terug, 1 km, richting de koffie en thee plantages. een landschap waar je continu doorheen rijdt wanneer je in Kerala bent. Nog een leuk detail, de gids liep op slippers, waarbij ik toch erg blij was met mijn wandelschoenen. Tijdens de tocht naar deze waterval konden we aan de andere kant van de berg een andere kleinere waterval zien, de Kenthampura Waterfalls. Deze hebben we in de middag bezocht. Hier zagen we dat Brahma's, priesters volgens het kastensysteem, te herkennen aan een touwtje om hun bovenlichaam, het water ingingen om zichzelf te reinigen. Na deze waterval bezochten we nog de relatief kleine Meenmutty Waterfalls. Wat nog wel een aparte maar voor India niet eens zo bijzondere ervaring was, was de kakkerlak die we 's ochtends in onze badkamer vonden. Aan het einde van de dag, bleek onze grote vriend nog steeds in onze badkamer te verblijven en hebben we iemand van het hotel hem 'onschadelijk' laten maken en uit onze kamer laten halen.
Op donderdag vertrokken we met de jeep nar Champrapeak voor een trekking van zo'n 5 uur. We liepen langs een van de vele theeplantages en zagen veel mensen aan het werk om de theebladeren te plukken. We bezochten een uitkijktoren waarbij we wederom van het uitzicht over Wayanad district konden genieten. Toen kon de echte klim beginnen, door smalle paadjes, door de struiken begonnen we aan de tocht omhoog. En ook al had ik mijn broek in mijn sokken gedaan, ik had toch 2 bloedzuigers op mijn sokken zitten, die 2 mooie plekjes op mijn voet hebben achtergelaten. Het grappige was dat ook hier de gids op slippers liep, een korte broek aanhad en het toch voor elkaar wist te krijgen om zonder bloedzuigers de tocht te doorstaan. Nu heb ik me laten vertellen dat de 1e persoon de bloedzuiger informeert dat er iemand aankomt, de bloedzuiger bij nummer 2 zijn slag slaat, persoon 3 is weer de gene die informatie overbrengt, want ook nummer 4 had een bloedzuiger op zijn been. Toch apart. Toen we verder liepen kwamen we steeds hoger op de berg, die met 2100 meter de hoogste in het hele gebied is, en kwamen we langs een klein meer. Ook had je op sommige stukken op de berg alsof je niet eens in de bergen liep omdat je dan uitkeek op een graslandschap. Verder richting de wolken kwamen we weer langs een meer waar zelfs schildpadden inzaten. Maar zoals ze bij de bussafari in het National Park al zeiden, 'Animal Sighting is a matter of luck'. Wij hebben ze niet gezien. We zijn tot zo'n 2000 meter de berg opgegaan en het uitzicht was echt top. Vooral wolken die de top van de berg mooi bedekte, een fris briesje, wat regendruppels, maar het was zeker de moeite waard. Toen konden we beginnen aan de tocht naar beneden, een hele klus via dezelfde route als dat we gekomen waren. Het was soms redelijk glad en je moest goed opletten waar je je voeten weg zou zetten. Natuurlijk kon het niet anders en ging ik een paar keer onderuit, het was wat glad op sommige stukken, maar dat mocht de pret niet drukken. Door het hoge gras was er ook nog even een bloedzuiger op mijn borst gesprongen. Tijdens deze trekking zagen we wat aparte insecten, maar konden we vooral genieten van het uitzicht, want ook al was het redelijk bewolkt, het was wel helder.
Op vrijdag bezochten we Kuruva Island, een eiland midden in het natuurgebied waar we waren. We liepen langs de rijstvelden en gingen met een bamboevlot naar het eiland. Het was een bos met naast bomen vooral ook bamboe bomen en eigenlijk niet eens zo bijzonder. Er leven veel wilde dieren, maar deze hebben we op wat vlinders en een aapje na niet gespot.
Zaterdag was het zover, op naar Goa. Maar dit natuurlijk wel met de bus. Vanuit Sultan Batheri was het zo'n 2,5 uur naar Mysore. Hier nam ik afscheid van het Nederlandse meisje en ging daarna met een andere bus naar Bangalore, weer een ritje van zo'n 3uur. Aangekomen in Bangalore, wat nog een hele klus was gezien het drukke verkeer, had ik een uurtje pauze waarna ik om 20.30 in de nachtbus naar Goa stapte. Hier kwam ik de volgende ochtend in Panji, de hoofdstad aan. Op het busstation werd ik door een van de coordinatoren opgehaald, waar ik zoals gewoonlijk wel op moest wachten. Als ze zeggen dat ze er over 10 minuten zijn is dat altijd langer dan het dubbele, dus na een half uur wachten was hij er en ging ik met de taxi naar Assonora, de plaats waar ik nu verblijf. Het huis in Assonora is best luxe. Zo hebben we een normale douche en internet. Op het moment dat ik aankwam waren er al 7 meiden, tja de meest vrijwilligers zijn schijnbaar vrouw. Een meisje uit Noorwegen, Zweden, Belgie, Nederland en 3 uit Duitsland, zorgt wel voor een internationaal huis. 's Middags kon ik met 3 meiden en coordinator, Chan, mee om Old Goa te bezoeken. We bezochten de Basilica of Bom Jesus, waar een bruiloft aan de gang was, Church of Saint Francis of Assisi en de ruines van Saint Augustines. Hier waren ze bezig met filmopnames, waarbij we van de bodyguards geen foto's mochten maken van de acteurs en de ruines totdat de acteurs weg waren. Zoals het hier met wel meerdere dingen gaat, krijg je op het laatste moment informatie of wijzigt er vanalles op het laatste moment en wordt de flexibiliteit weer op de proef gesteld. Zo kreeg ik ' s avonds pas rond 21 uur informatie over de mogelijke projecten. Aangezien het hier vakantie is kon ik nergens lesgeven en heb ik voor het HIV weeshuis gekozen.
Op maandag had ik mijn eerste ochtend in het HIV weeshuis. Het project is van 10.30 tot 12.30 maar over het algemeen word je al rond 12 uur weggestuurd. Ik ging samen met het Zweedse meisje en na een korte introductie ronde langs de kids die tussen de 6 en 18 jaar zijn en allemaal geboren zijn met HIV, hebben we wat spelletjes gedaan. Halverwege de groep opgesplitst waarbij ik de oudere kids boven de 10 had en met hun 'Who am I' en 'Ik ga naar de markt en neem mee' gespeeld. Grappig hoe enthousiast en actief de kids kunnen zijn. Maar, ze zijn ook gemeen tegen elkaar. Gaan hard met elkaar om, duwen, trekken, vechtend gaan ze door het leven. Ook worden ze door de zusters hardhandig aangepakt wanneer ze niet luisteren of vervelend zijn. Denk hierbij aan slaan en op de grond duwen, ja in India gebeurd dit nog steeds. Al met al was het enorm intensief, ook al is het maar voor zo'n 2 uurtjes. Net voordat ik wegging werd me nog even verteld dat ik de volgende dag niet mocht komen omdat de kids een picknick uitstapje hadden. Typisch India, alles laatste moment.
Omdat ik een vrije dag had, ben ik met twee andere vrijwilligers naar het 'Mother Theresa House' in Panji gegaan. Voordat we gingen moesten we nog langs het politiebureau in verband met een inbraak in het huis op zaterdagavond. Grappig om te zien hoe het er aan toe gaat. Zo wordt veel papierwerk nog met de hand geschreven. Ze zouden binnen 1 a 2 weken langskomen, maar dit werd even aangepast in; we komen nu mee. Met een taxi en 2 politieagenten gingen we terug naar het huis, waarbij we ook nog even een pitstop bij het ziekenhuis maakten om een stapeltje papieren af te geven. Bizar, maar waar. Terug in het huis werden sommige mede vrijwilligers als verdachte gezien en ook de coordinatoren en onze poetsmadam/kok moest zich laten zien. Nadat de politie weg was, gingen we dan toch weer opweg naar Panji naar het Mother Theresa House, hier verblijven pasgeboren kindjes, gehandicapte kinderen, normale kinderen, zwangere vrouwen die door hun familie in de steek zijn gelaten en (dementerende) bejaarde dames. Ook al lopen er veel nonnen rond, het is verre van een 'Sister Act' omgeving. De werkers, zoals de mensen die in het Mother Theresa House werken genoemd worden, zijn niet bepaald aardig tegen de kids. De nonnen daarentegen zijn enorm vriendelijk en behulpzaam. Het gebouw is simpel ingericht waarbij er 1 grote zaal voor de kleine kinderen is en 2 grotere slaapzalen voor de ouderen en zwangere vrouwen. Simpele bedden, die dicht op elkaar staan, geen kast ruimte en de muren vol met foto's van Maria Theresa en teksten uit de bijbel. We keken even bij de kleine kinderen, en omdat het al middag was, moesten we van 15 uur tot 17 uur de oudjes bezighouden. De meeste spreken geen Engels, hebben amper tanden, zijn gebitloos en hebben haren op hun kin, toch zijn ze wel vriendelijk ondanks de dementie bij sommigen. We hebben wat lapjes met ze gevlochten, heuze bezigheidstherapie, waar je de meeste oudjes blij mee kan maken. Toen was de tijd alweer om en konden we op weg naar huis. En ook al heb ik al vele busritten gehad en zijn de meeste bussen zo volgestampt met mensen, ik had nog nooit in een te volle bus gestaan. Hier in Goa is het dagelijkse kost. Elke ochtend en middag, is het weer raak. In elke bus staat dat er zo'n 11 sta plaatsen zijn, dit zijn er in het echt zo'n 30. De bus wordt zo volgeduwd dat de busconducteur soms half buiten de deur hangt. Beeld je dan nog even in dat het hier volle bak zon is, minimaal 30 graden en je dus een bus vol zwetende mensen hebt die boven op elkaar geduwd staan. Genieten is anders.
Op woensdag had ik weer mazzel en mocht ik weer naar mijn eigen project. Na een kort vraaggesprekje over de picknick, kwam ik erachter dat de meeste kids chagrijnig omdat ze op donderdag een film zouden gaan kijken. Maar dit ging niet door omdat ze te moe waren na de picknick. Deze kids hebben geen leuk leven. Ze zitten opgesloten in het weeshuis, hebben geen ouders meer of ouders die hun nooit bezoeken. Mogen het gebouw niet verlaten omdat HIV in India nog steeds taboe is. Leven in primitieve omstandigheden, slikken veel medicijnen en hebben weinig leuke uitstapjes. Na de introductie hebben we een warming-up gedaan en ze kennen zelfs 'Hoofd, schouders, knie en teen' echt grappig. Om ze wat rustiger te krijgen, lieten we ze tekenen en als er ergens een beloning aan verbonden is, zijn ze extra gemotiveerd. Sommige kids kunnen verbazingwekkend goed tekenen en ze spreken ook goed Engels. Bij binnenkomst werd me al verteld dat ik om 12 uur weg moest en net voor tijd werd me weer verteld dat ik de dag erna niet mocht te komen. Na de lunch gingen we naar Anjuna Beach, niet gedacht dat ik nog naar het strand in India zou gaan, waar ook zoals op meerdere plekken koeien rond lopen. Bij Anjuna Beach is elke woensdag een grote markt, waar ik mijn favoriete sport, afdingen weer kan uitoefenen bij het zoeken naar souvernirs. Hier zie je veel buitenlanders, a la hippies, rondlopen.
Vandaag ben ik weer naar het Mother Theresa House gegaan. We kwamen 2,5 uur te laat vanwege een grote verkeersopstopping bij het huis aan. Er was niet veel te doen, dus de flesgeven en een luier verschonen was alles dat we gedaan hebben. We zagen hoe de gehandicapte kindjes gevoerd werden, wat schrijnend om te zien is. Als ze niet willen eten wordt er hardhandig voor gezorgd dat ze het eten. De lepel wordt letterlijk in hun keelgat geduwd en ze worden geslagen als ze tegenspartelen. Onbegrijpelijk dat dit nog steeds gebeurd. We hadden de middag vrij en besloten wat sightseeing in Panji te doen. We hebben de Church of our lady of the immaculate conception bezocht en nog wat rondgewandeld door de straten van Panji. Waar het in Karnataka vol staat met tempels zijn de kust provincies overspoeld met kerken door de Europese invloeden. Vooral de Portugese invloeden zijn duidelijk zichtbaar in het straatbeeld van Goa. Ook de Engelse en ook een beetje Nederlandse invloeden zijn aanwezig.
Inmiddels ben ik alweer bijna 4 weken in India en op de helft van mijn reis. De tijd gaat snel voorbij. Ik ben nu wel gewend aan 2 warme maaltijden met vooral rijst, chapati en curries. Dat ze hier links rijden, is ook al een gewoonte. Maar het feit dat ze alles hier op het laatste moment aanpassen, daar valt niet aan te wennen. Zo hoor ik morgen hoe het verder gaat met het HIV project volgende week, ik ben benieuwd.
Voor nu, tot de volgende update.
Liefs uit India,
Lindsay
Indian Habits
Namaste,
Weer een berichtje uit het Verre Oosten. Na even snel een berichtje typen kwam ik er al achter dat ik vanalles vergeten was om te vertellen. Ik heb namelijk wat nieuwe gewoontes. Het douche ritueel was niet het enige. Zo eet ik tegenwoordig met mijn handen. Of eigenlijk moet ik zeggen met mijn rechterhand. De linkerhand is voor onreine activiteiten. Het was even wennen, maar het gaat me nu prima af. Ook mag je hier geen muskieten doden, dit is alleen iets waar ik me niet aan ga houden. Ben de afgelopen tijd al vaak genoeg gestoken, ondanks het vele insmeren met anti-muggen spul en als een ander beest zoals een kakkerlak, duizendpoot of wat dan ook in de slaapkamer zit, vind ik dat ook niet bepaald prettig. Wat hier ook niet gebruikt wordt is toiletpapier. Ze hebben een waterspuit naast de toiletpot of de Indiase toiletpot hangen waarmee je het schoon kan spoelen. Toch hou ik het voorlopig gewoon bij toiletpapier. Wat ook even anders is, maar goed bevalt, is het feit dat we in Madikeri enkel vegetarisch eten in de Guest House krijgen. Als we andere steden bezoeken zijn het ook vaak vergatische restaurants waar je op bananenbladeren je eten krijgt, toch hebben we soms de mogelijkheid om bijvoorbeeld kip te bestellen. Ook is het wel grappig dat de verbale communicatie hier anders is als in Nederland. Het 'nee-knikken' is hetzelfde, maar voor het 'ja-knikken' maken ze een 'V' beweging met hun hoofd.
Ook heb ik de afgelopen 2 weken weer de nodige avonturen beleefd. De eerste week heb met het Duitse en twee Italiaanse meisjes doorgebracht en was Dayal onze coordinator. Op donderdag hebben we een bezoek gebracht aan Mysore. Dit ligt op 3 uur rijden van Madikeri. In Mysore bezochten we Chamundi Hills, hier staat de Sri Chamundeswari Temple. Zoals bij elke andere tempel moet je je schoenen en sokken uitdoen voor je de tempel bezoekt en ook is het verboden om in de meeste tempels foto's te maken. In de tempels offeren Hindu gelovigen bananen, kokosnoten en geld. Dit is wordt puja genoemd en is interessant om mee te maken. Toen we in de tempel stonden waren een aantal gelovigen net bezig met een ritueel ter ere van het Dasara festival. Tijdens dit festival wordt de overwinning van de Hindu God Rama op demon-king Ravana, de overwinnig van het goede over het kwade gevierd. Na het bekijken van de tempel hadden we mazzel en maakten ze buiten ook nog een rondje zodat we toch nog snel wat foto's konden maken. We waren met de bus naar boven gereden, maar liepen tot halverwege terug naar beneden om het standbeeld van Nandi, Shiva's Bull, te bekijken. Hiervoor hadden ook wij wat Roepees geoffererd in een kleine offertempel en kregen we een rode stip tussen onze ogen, de zogenaamde 'Bindi' en kregen we een bloem in onze haren. Hier namen we de bus naar Mysore Palace. Hier moest je door de security check, je camera inleveren, schoenen uit doen, weer door de security check en mocht je na de kaartjes controle naar binnen. Het was echt fantastisch. Zo mooi zag het er uit. We hadden geluk want alleen tijdens het Dasara festival wordt de gouden troon tentoongesteld en die heb ik dan ook gezien. Na buiten nog wat foto's gemaakt te hebben, gingen we lunchen en bezochten we de Devaraja Market. Dit was echt een van de leukste ervaringen tijdens de eerste week. Echt zo ontzettend veel kraampjes met groente, fruit, kruiden e.d.je zou er zo een hele dag rond kunnen lopen om naar de mensen te kijken. Hierna was het weer tijd voor een 3 uur durende busrit terug naar Madikeri.
Op vrijdag mochten we vroeg opstaan voor een yoga les, zonder ontbijt zoals de echte yoga mensen dit ook doen. Na de les gingen we ontbijten en bezochten we de weekmarkt in Madikeri, deze was leuk om te bezoeken, maar lang niet zo interessant als in Mysore. Terug in de Guest House hadden we nog een informatie uurtje over Indiase geschiedenis en een korte taalles. Daarna bezochten we de Abbi Falls. Voordat we bij de watervallen aankwamen liepen we door een koffieplantage. We werden op het busstation afgezet waar we afscheid namen van het Duitse meisje dat weer naar huis zou gaan en samen met de Italiaanse meisjes ging ik op weg naar Hampi. We namen de bus van Madikeri naar Mysore en stapten 's avonds in de nachtbus naar Hospet. Helaas, hadden we pech en moesten we 1,5 uur wachten in een reparatiehal. Op dat moment was het een soort van sauna in de bus een aangezien ik aan het raam zat en de man naast mij sliep, kon ik niet even naar buiten. We kwamen om 7.30 in Hospet aan en werden meteen bedolven onder riskja bestuurders die ons maar al te graag naar Hampi wilden brengen. We besloten om de bus te nemen en ook toen we in Hampi uitstapten werden we omsingeld door riskja bestuurders. We gingen uiteindelijk met de riskja naar het Royal Centre en bekeken daar de gebouwen, tempels en musea. Hierna werden we op een plek afgezet om naar Vitalla Temple te lopen, een van de trekpleisters in Hampi. Het weer in Madikeri en Mysore was dan wel warm, maar veelal ook bewolkt. Dit in tegenstelling tot Hampi waar het dik 30 graden was en we continu vol in de zon liepen. We bekeken de tempels, genoten van het landschap, dat er echt mooi en apart uitzag door de stenen op de rotsen, en liepen verder richting Hampi Bazaar, het centrum van Hampi waar ook de Virupaksha Temple is. Hier liepen de aapjes over de tempel heen. Na het regelen van een hotel moesten we ons registeren op het politiebureau, waar we wederop paspoort en visa gegevens mochten invullen. De volgende ochtend besloten we bij hetzelfde restaurant als de dag ervoor te eten omdat we doordat het al donker was niet veel van de bananenplantage hadden gezien. We bekeken nog wat kleinere tempels en maakten een wandeling door Hampi Bazaar en besloten om wat souvernir shopping te doen. 's Avonds namen we vanuit Hampi de bus naar Hospet en stapten weer in de nachtbus naar Mysore waar we maandagochtend aankwamen. Meteen weer de volgende bus in om naar Madikeri te gaan. Omdat de Guest House niet in het centrum ligt, moet je de busconducteur vertellen waar je eruit wil als dit niet bij het station is. Je hebt in India namelijk een buschauffeur en een conducteur waar je je kaartjes koopt. Omdat het zo druk was lukte het niet om de man op de hoogte te brengen, dus besloten we het met 'Excuse me, we have to get out' te proberen. Na 3x roepen en de hulp van een Indiase man stopte de bus op de juiste plek. Na even opfrissen en een ontbijtje ging de cultuurweek met Mahi als coordinator van start. We bezochten een Tibetaanse Colonie en de Golden Temple. Hierna gingen we nog naar Nisarga Dhama om het Bamboe boste bekijken.
Op dinsdag hadden we een relaxte dag. We keken 's ochtends een Bollywood film, daarna een film over meditatie,die enorm saai was en gingen daarna naar Madikeri voor een yoga les met ademhalingstechnieken en meditatie. Het was vooral grappig omdat de yoga leraar alles extra overdreven voordeed. Daarna bezochten we een tempel om de puja rituelen te bekijken. Woensdag vetrokken we naar Bagamandala. Hier staat een tempel en is het punt waar 3 rivieren samen komen. Bij deze heilige plek gaan mensen het water in en voeren ze rituelen uit. Daarna reden we verder naar een andere tempel, waar de oorsprong van deze rivier is. Ook hier gingen mensen het water in en deden daarna meteen een offer ritueel. Erg interessant om te zien hoe belangrijk het geloof voor deze mensen is. We gingen op blote voeten een trap op richting een panorama uitzicht. Waar we even van het mooie uitzicht konden genieten.
De dagen erna bezochten we wat plekken in en om Mysore. Zo bezochten we Srirangapatna, een historische stad met een fort, gebouwd door Tipu Sultan. We bekeken de Sri Ranganathaswamy Temple, een oude gevangenis, de plek waar Tipu Sultan werd neergeschoten en wat ik het echt het meest interessant vond de rivier de Cauvery. Een van de heilige rivieren in India, waar mensen rituelen uitvoeren, zichzelf wassen en kleding wassen. Daarna bezochten we nog een Temple in Islamitische en Hindu style en de Gumbaz. We reden verder naar Sangam, de plek waar 3 rivieren samen komen. Ook hier liepen de aapjes gewoon door de bomen. Aan de rivier waren 5 mannen bezig met een ritueel vanwege de dood van een naaste. Hierbij werden bananen, kruiden, water en andere producten over de botjes heen gespoeld. Dit ritueel dat uren duurt en waarbij ze verschillende producten offeren heeft te maken met de verschillende meningen en karakters die mensen hebben en wat ze in ere willen houden. Aan het einde van de dag bezochten we nog de Asram een museum waar een collectie uit meerdere landen te zien was. Ook was er een botanische tuin waarbij ook standbeelden stonden die bij elke geboortedag horen. Ik heb een standbeeld met de god 'halfmen halflion'. Een speciale, maar slechte god voorzover ik begrepen heb. Vrijdag gingen we naar de Sri Jachamarajendra Art Gallery. Een collectie met klokken en schilderijen die in een ruimte hangen met let op: TL lampen, die soms niet eens bedekt zijn. Onvoorstelbaar. Na de lunch was het programma van de cultuurweek ten einde en ging ik met de Italiaanse meisjes naar de Governmental Silk Factory. Interessant om het hele productie proces te zien, waarbij er vooral mannen in de fabriek werken en de vrouwen in de winkel de verkoop doen. De mensen waren vriendelijk en bereid om wat uitleg te geven, heel aardig maar vaak onverstaanbaar. Hierna gingen we richting het busstation om de bus naar Belur te nemen. Hier kwamen we rond 19.30 aan en besloten een hotel te zoeken. Wanneer je in India een hotel kamer wil boeken, laten ze je eerst 2 kamers zien waaruit je kon kiezen. In de tweede kamer sprong een beest op het bed en dus wilde de Italiaanse meisjes die kamer vooral niet. We besloten de andere kamer te nemen. Het linnengoed was smerig, de badkamer was ook niet al te mooi, de insecten vlogen rond, er zat een hagedis op het plafonden, stroom viel zoals gewoonlijk weer uit. This is India. Gelukkig was het maar voor 2 nachten.
Op zaterdag besloten we door de straten van Belur rond te lopen en bezochten we de Channakeshava Temple. Hierna namen we de bus naar Halebidu. Hier gingen we eerst richting het platteland en mochten we zelfs bij mensen in hun huisje kijken. Daarna bezochten we de Hoyasaleshwara Temple. We hadden nog niet echt onbeten, want het was niet zo toeristisch dus enkel Indiaas ontbijt was mogelijk. We gingen naar een hotel en vroegen om toast of sandwich en dat bleek mogelijk. Toch bleek later dat ze ons niet goed begrepen hadden en dat het er niet was. De eigenaar ging speciaal voor ons naar de winkel ernaast om brood te halen met jam. Dit was echt grappig om mee te maken. We besloten nog wat langs de winkels te lopen en wat andere kleinere tempels te bezoeken. Daarna namen we de bus terug naar Belur. Zondagochtend gingen we naar Channarayapatna om vanuit daar naar Sravanabelangola te gaan. In deze pelgrimstad staat boven aan de Vindhyagiri Hill het standbeeld van een naakte man genaamd Gomateshvara. Na het op blote voeten beklimmen van de trap kwamen we bij verschillende tempels en uiteindelijk bij het standbeeld aan. Hier werden wederom rituelen uitgevoerd. Na de lunch gingen we terug naar Channarayapatna, namen we de bus naar Hassan waar we helaas 1 uur op de bus naar Madikeri moesten wachten. Na een hobbelig ritje van 4 uur, met regen en onweer kwamen we 's avonds laat weer in Madikeri aan. Hier werd het programma van de week erna medegedeeld en zo werd even verteld dat ik de volgende dag om 7 uur Madikeri met backpack en alles zou gaan verlaten voor de trekking week.
Op maandag ochtend nam ik afscheid van de Nederlandse meisjes en ging ik met een van de coordinatoren, Dayal, naar Mysore. Hier ontmoette ik een Nederlands meisje wat samen met mij deze week de trekking doet. Na een andere busrit naar het Mudumalai National Park, werden we met een jeep opgehaald en naar het hotel gebracht. Deze kwamer zag er mooi uit en na de lunch gingen we naar het Elephant Camp. Na een ritje op een olifant, konden we kijken hoe ze gewassen en gevoerd werden. Ook liepen we tussen de aapjes door. Al met al een coole ervaring. Hierna hadden we nog een avondsafari waarbij we een wilde olifant en wat hertjes zagen. Na het diner werden we geroepen of we een beer wilden zien. Ja, natuurlijk! Snel de schoenen aangedaan, je moet hier overal binnen je schoenen uitdoen, in de jeep gestapt en op nog geen 200 meter van het hotel, net buiten het hek zat de beer. Wat was dat tof om mee te maken. Later hoorden we dat een andere groep spotters aan de andere kant van de weg een luipaard hadden gezien.
Vandaag hebben we voor het ontbijt een busrit door het wildpark gemaakt en hertjes, buffalo's, pauwen, aapjes, zwijnen en vogels gespot. Na het ontbijt vertrokken we met de bus naar Sultan Batheri. Hier hebben we nog een tempel bezocht en hier zullen we de komende dagen tijdens de trekking verblijven.
Wat betreft mijn programma vertrek ik zaterdag naar Goa om daar 2 weken een vrijwilligersproject te doen. Daarna ga ik naar Simla voor nog eens 3 weken vrijwilligerswerk.
Voor nu zijn jullie weer up-to-date. Mochten jullie mij een bericht willen sturen dan kan dat op +918971341698.
Liefs uit India,
Lindsay